Het was nazomer. Het was stil en herfstig weer.
Het beertje Motya zat onder een berkenboom, tegen de stam geleund. De zonnestralen drongen door het gouden bladerdak heen en kietelden warm op Motya's neusje. Van plezier knipperde hij met zijn ogen. In zijn hart voelde hij zich licht en rustig.
Zin-zin.
Het klonk boven zijn oor. Motya opende zijn ogen wijd, draaide zijn hoofd rond, maar zag niemand. "Waarschijnlijk verbeelding," dacht hij, en hij zonk weer weg in de herfstige stilte.
Zin-zin.
Het herhaalde zich, nu boven zijn ander oor. Motya schrok: "Waarschijnlijk ben ik ziek, mijn oren suizen," maar voor de zekerheid vroeg hij:
Wie belt er?
Zin-zin-etje!
Maar ik zie je niet, ben je onzichtbaar?
Zin-zin-etje,
Klein vogeltje!
Probeer me te vinden,
Ik zal je met mijn stemmetje roepen!
Zin-zin! Ik ben hier!
Motya liep naar het heldere stemmetje:
Hoe ziet je eruit? Vertel me erover, dan kan ik je makkelijker vinden!
Zin-zin! Voor mijn heldere stemmetje heeft de herfst me een geel jurkje gegeven.
Het klonk van de andere kant.
Hoe kan ik je dan vinden tussen al die gele bladeren?
Mijn kopje is zwart, met witte wangetjes, kijk goed, zin-zin!
Ik zie het! Ik zie het! Wat ben je mooi!
Motya was vol bewondering. Het kleine vogeltje fladderde snel van het takje en landde op Motya's uitgestrekte pootje.
Nou, laten we kennismaken – ik ben een mees, vroeger noemde men me Meesje. De zwaluwen en kraaien zijn al naar warme landen gevlogen, maar wij mezen zijn niet-trekkende vogels.
Wees niet verdrietig, ik zal met je spelen!
Zin, zul je niet in slaap vallen? Zul je niet in winterslaap gaan?
Nee, het is nog te vroeg. Wanneer de sneeuw valt, dan zal ik een hol voor mezelf maken en tot de lente slapen.
Zin! Geweldig! Zoek me!
En het meesje verdween.
Zin-zin!
Het klonk van de naburige eik.
Motya werd erg bevriend met het vrolijke meesje, twee maanden lang speelden ze verstoppertje en vertelden elkaar interessante verhalen. Maar het moment van afscheid tot de lente was gekomen.
Wees niet verdrietig, meesje, ik zal een beetje slapen, en hr – pr…
Zei Motya geeuwend, terwijl hij in bed kroop. Maar al snel snurkte het beertje zoet.
Zin, slaap rustig, Motya. Wanneer je wakker wordt, zal ik zeker bij je zijn.