Dit verhaal gebeurde aan het einde van de zomer, toen de blaadjes aan de bomen geel begonnen te worden, het vaker regende, de zon eerder achter de heuvel onderging en de dagen steeds korter werden.
Suikerkoekje werd vroeg in de ochtend wakker, stak zijn kleine grijze snuitje naar buiten en piepte:
Brr, wat is het 's ochtends koud geworden!
Ja, mijn zoon, over een paar dagen begint de herfst.
Zuchtte mama Grijze Muis.
Nou, de herfst staat voor de deur, en ik heb de hele zomer niets moois gezien.
Zei Suikerkoekje beledigd.
Hoe kan dat nou? We hebben zo'n prachtig bos. Hier wonen je vriendjes – de bosdiertjes. We hebben zulke mooie zingvogels, gekleurde vlinders vliegen rond, zoveel geurige bloemen en aromatische bessen groeien op de weide. Gauw rijpt de rode bosbes, en ik zal je favoriete bosbessentaart bakken!
Zei mama verbaasd.
Maar ik wil geen bosbessentaart! Ik wil ananas en kokosnoten proeven. Een bekende ooievaar vertelde me dat ver weg in warme landen op eilanden in de oceaan deze exotische vruchten groeien.
Werd het muisje boos. Het snoof zo hard dat zijn snorhaartjes trilden!
Mama Grijze Muis was verdrietig, ze was bedroefd. Ze liet haar grijze kopje hangen en bleef luisteren naar Suikerkoekjes grillen.
Ik wil naar de eilanden en zien hoe kokosnoten en ananassen groeien!
Herhaalde hij.
Het muisje stampte met zijn grijze pootje en haastte zich uit het hol. Het rende snel over het bospad en kwam al gauw bij het bosbeekje.
"Nu zal ik mezelf een bootje maken en daarmee naar de warme landen varen om de eilanden te zien," besloot Suikerkoekje vastberaden.
Terwijl hij rondkeek, vond hij aan de oever van het beekje een meloenenschil, werd erg blij en zei zelfverzekerd:
Dit wordt mijn bootje, ik zal erop gaan zitten en naar de warme landen varen om naar de eilanden in de oceaan te kijken.
Mompelde het muisje in zichzelf.
Tevreden Suikerkoekje ging in het bootje van meloenenschil zitten, tevreden en gelukkig voer het over het bosbeekje.
Struik na struik, boompje na boompje, snel voert het bootje. Het muisje droomde weg en stelde zich voor hoe zijn bootje via het kronkelende beekje naar de blauwe zee zou varen, en dan zou de zee hem in de diepe oceaan brengen. En in de oceaan wachtten hem eilanden met palmen waarop kokosnoten groeien.....
Maar plotseling blies een sterke wind, een donkere wolk kwam aanvliegen en het werd meteen donker. Het noodweer huilde. Het muisje werd erg bang, zijn bootje schommelde heen en weer. En ineens kraakte de meloenenschil en barstte open......
Het muisje viel in het water en schreeuwde:
Mama, mama, waar ben je, red me!!!
Plotseling voelde hij dat iemand hem handig uit het water ving en naar de oever trok. Het bleek dat Suikerkoekje gered werd door het beverjong Tarasik, die op dat moment een dam aan het bouwen was in het beekje en zag hoe het muisje op de meloenenschil voorbij voer.
Waar ging je heen, Suikerkoekje, als je helemaal niet kunt zwemmen?
Vroeg Tarasik.
Ik wilde naar de warme landen gaan en naar de eilanden kijken. Ik wilde zien hoe kokosnoten en ananassen groeien. Eerst moet ik via het beekje varen, dan via de blauwe zee, en dan via de diepe oceaan.
Zei het natte Suikerkoekje zachtjes, terwijl het waterdruppels uit zijn vachtje schudde.
Wat ben je dom, klein muisje! Hoe kun je op een meloenenschil op zo'n lange reis gaan?
Vroeg Tarasik. Het muisje liet zijn kleine zwarte kraaltjesogen hangen. Het wist niet wat het tegen het beverjong moest zeggen.
Je mama maakt zich zorgen, loopt door het hele bos, zoekt je en vraagt alle dieren waar haar zoon is gebleven.
Vervolgde Tarasik.
Het muisje dacht aan zijn lieve mama, aan het gezellige hol waar paarse klokjes groeien. En mama had waarschijnlijk de kachel aangestoken en een heerlijke bosbessentaart gebakken.... Suikerkoekje werd erg verdrietig, het liet zijn kopje hangen en bittere traantjes begonnen op de grond te vallen.
Ik wil naar mama!
Huilde Suikerkoekje.
Laat mij je brengen, ik weet waar je hol is.
Stelde Tarasik voor.
Struik na struik, boompje na boompje, gauw was het muisje thuis. Mama was erg blij dat haar zoon teruggekomen was. Ze omhelsde haar kleine jongen en zei:
Suikerkoekje, wat fijn dat je gevonden bent, en kuste hem op zijn kleine glanzende snuitje.
Het muisje at een stukje van de geurige bosbessentaart, kroop in zijn kleine bedje en viel zoet in slaap. Het was gelukkig dat het thuis was bij zijn lieve mama.
En Suikerkoekje droomde van verre warme wonderbaarlijke landen en paradijselijke eilanden in de oceaan met mooie tropische palmen.
Рекомендации
Атрибуты к сказке
Персонажи
Вопросы для обсуждения сказки?
- Понравилась вам сказка?
- Почему по утрам стало холодно?
- Где хотел побывать Сухарик?
- Кто рассказал мышонку про теплые края и острова?
- Что сказала мама Серая Мышь?
- Куда побежал Сухарик?
- На чем решил отправиться мышонок в теплые края?
- Что случилось, когда Мышонок поплыл?
- Кто спас мышонка?
- Как звали бобренка?
- Что он делал на речке?
- Что сказал Тарасик мышонку?
- Что сказала мама серая мышь, когда Сухарик вернулся домой?
- Чем угостила мама своего сыночка?
- Какой сон приснился Сухарику?