Er waren eens drie kleine Katjes. Op een dag, toen mama Kat op jacht was gegaan, verdwaalden zij ongemerkt in het dichte bos. De nacht viel in, maar de kleine dieren konden de weg naar huis niet vinden.
Zij vestigden zich in een verlaten hol in een oude eik en bleven in het bos wonen. De katjes waren bang voor alles; de boswereld was hun onbekend: zij moesten zelf voedsel zoeken, hun nieuwe woning inrichten en leren leven onder deze omstandigheden.
Ergens aan de andere kant van het bos woonde een eenzame Leeuwin. Haar zoon Leo was al lang volwassen en woonde nu zelfstandig, en zij was alleen achtergebleven. Haar vriendin was een Eekhoornvrouwtje, dat twee ongehoorzame Eekhoornkindjes had.
Op een dag sprongen zij van tak naar tak, liepen weg van hun moeder en ontmoetten de Katjes. Zij begonnen samen te spelen en merkten niet hoe snel de tijd verstreek; het werd grijs en de nacht naderde.
De Eekhoornkindjes moesten naar huis, maar het bos was donker en eng geworden. Zonder lang na te denken, besloten zij bij hun nieuwe vrienden te overnachten.
Mama Eekhoorn wachtte lang op haar kinderen, maakte zich zorgen en besloot hen te gaan zoeken. Onderweg ontmoette zij de Leeuwin en vertelde haar wat er aan de hand was.
De Leeuwin bood haar hulp aan bij het zoeken naar de kinderen, want met zijn tweeën hadden zij meer kans. Zij vroegen iedereen die zij tegenkwamen naar de Eekhoornkindjes, maar niemand had hen gezien.
We hebben bijna het hele bos doorzocht, waar kunnen zij zijn?
Zei de Leeuwin bezorgd.
Laten we nog even bij de grote oude eik kijken, misschien zijn zij daar.
De Eekhoornkindjes hoorden de stem van hun moeder en kropen snel uit het hol.
De Eekhoorn, blij, omhelsde haar ongehoorzame kinderen.
Jullie hebben me erg bang gemaakt, waarom zijn jullie hier?
Vroeg mama.
Sorry, mama, we speelden met onze nieuwe vrienden en merkten niet hoe snel de tijd voorbijging.
Verdedigden de Eekhoornkindjes zich.
Maar waarom wonen zij hier?
Vroeg mama Eekhoorn.
Zij zijn verdwaald en wonen nu zonder mama, alleen, in dit hol. Er is niemand om voor hen te zorgen.
Legden de Eekhoornkindjes uit.
De Leeuwin mengde zich in het gesprek, zij voelde veel medelijden met de kleine Katjes:
Ik ben net zo eenzaam als jullie, mijn zoon woont al lang apart met zijn eigen gezin. Als jullie het niet erg vinden, kom dan met mij mee, we zullen samen leven, dan hebben we een nieuw gezin!
Op dat moment waren de Katjes de gelukkigsten! Zij hadden weer een mama die hen zou liefhebben, opvoeden, beschermen, genezen van verkoudheid en ziekten.
De Leeuwin hield erg veel van haar aangenomen kinderen en omhulde hen met zorg en aandacht.
Alle mama's hebben behoefte om hun ziel en liefde in iemand te investeren, om zich niet eenzaam te voelen. En alle kinderen hebben absoluut een mama nodig, want zij alleen zal zonder enige aarzeling haar hart voor elk kind geven!