Er was eens een jongen die Maarten heette. En hij was zoals alle jongens — een beetje druk, ondeugend en vrolijk. Maar hij kende zijn grenzen — hij help zijn moeder, deed zijn huiswerk netjes, en ruimde zelfs soms zijn kamer op.
Maar Maarten had één tekortkoming: hij waardeerde zijn speelgoed helemaal niet. Wat zijn ouders ook voor hem kochten, alles ging kapot.
Moeder bracht een enorme transformerrobot mee, maar Maarten liet hem op de bank liggen.
Vader kocht een geïmporteerde tank, maar de jongen haalde hem meteen uit elkaar en gooide de onderdelen weg.
En hoeveel moeder en vader ook probeerden, Maarten behandelde zijn speelgoed niet met respect. Op een dag hoorden de ouders zelfs hoe hij tegen een vriend zei: "Papa en mama kopen wel weer iets nieuws voor me".
En zo zou de jongen zijn opgegroeid, als er niet één gebeurtenis was geweest. Op een ochtend werd Maarten wakker, keek in zijn speelgoedkist — en vond er niets. Alleen een oude trein lag er nog, nog uit de oude tijd.
Toen schrok Maarten en riep zijn moeder.
Al je speelgoed is weggegaan, Maarten.
Moeder schudde bedroefd haar hoofd.
Hoe weggegaan? Waarheen?
Hij wreef beledigd over zijn neus en bijna huilde hij. Maar jongens mochten niet huilen.
Naar een andere jongen, die voor zijn speelgoed zorgt.
En wat moet ik nu doen?
Maar moeder haalde alleen haar schouders op en merkte op terwijl ze naar de keuken liep:
Fouten moet je zelf herstellen.
Maarten zat een tijdje in zijn kamer en dacht na — en toen kreeg hij een idee. Stiekem sloop hij naar de werkplaats van zijn vader en leende een paar tubes verf. Hij ging op zijn vloerkleed zitten, legde de kwasten klaar en begon te werken.
Er was maar één dag voorbijgegaan, maar de trein zag er alweer als nieuw uit. En waar waren de kanten met afgebladderde verf gebleven. Wel waren het vloerkleed en Maarten ook helemaal onder de verf, en de jongen was moe. Het bleek geen gemakkelijk werk te zijn — speelgoed repareren.
En de volgende dag, toen hij terugkwam van school, geloofde de jongen zijn ogen niet. Op zijn bed in zijn kamer lag een robot! Maarten sprong blij naar de speelgoedkist, en die was weer vol.
Vanaf die tijd brak en verloor hij nooit meer zijn speelgoed. En wat hij per ongeluk kapot maakte, repareerde hij altijd met hulp van papa.