In een gezin woonde een papegaai genaamd Kees. Hij was erg mooi: groene borst, geel kopje, zwarte veertjes, een grote grijze snavel en zwarte kraaloogjes.
Zijn baasjes noemden hem Kees de Mopperaar: wat ze ook deden, hem beviel niets. De ene keer waren de zaadjes niet lekker, dan waren de schommels te klein, dan was de deken op de kooi koud, dan was het belletje te stil...
Op een mooie ochtend lieten de baasjes de mopperige papegaai op het balkon los om te vliegen en zijn vleugels uit te strekken, terwijl zij gingen nadenken hoe ze de vogel beter konden opvoeden. Ze besloten alles wat in de kooi zat weg te stoppen: het huisje, speeltjes, voer...
De papegaai vloog de kamer in en begon weer zijn ontevreden liedje:
Op het balkon is het koud en het touw is slecht gespannen.
De baasjes gingen naar het balkon en daar scheen de zon met haar felle stralen te lachen en warmte te geven. Ze waren ervan overtuigd dat de vogel gewoon verwend was en gingen naar de keuken om te lunchen.
Kees kreeg ook honger, hij vloog naar zijn mooie grote kooi, maar die was leeg! Er waren geen bakjes met zaadjes, geen schommels, geen huisje, geen spiegel en geen favoriete speeltjes.
De papegaai was verrast en werd verdrietig. Hij begon zich te herinneren hoe lekker zijn voer was, de spiegel waarin hij van zijn schoonheid genoot, zijn favoriete speeltjes.
Na goed na te denken, besloot Kees zijn familie om vergeving te vragen, want eigenlijk hielden zij erg veel van hem.
De baasjes vergevenen de papegaai, en hij moppert nooit meer en waardeert wat hij heeft.