Er waren eens drie oude intieme vrienden: de Bosgeest, de Huiskabouter en de Waterman.
De Bosgeest — de heer van het bos — zorgde voor orde in zijn domein. Mensen waren bang voor de bosgeest, hoewel hij nooit mensen kwaad deed, maar hen alleen strafte voor slecht gedrag in het bos.
De Huiskabouter woonde bij de kachel in een hoog mooi huis met zuilen, beschermde zijn huisbaas en zorgde over het hele huishouden.
De Waterman — koning van het water en de rivieren — woonde in een diepe poel van het meer. Een ruige oude man, helemaal bedekt met slib en met een grote buik, hield niet erg van mensen.
Op een dag ontmoetten zij elkaar en begonnen een gesprek over het leven.
Ik ken het bos tot in de kleinste details.
Zei de Bosgeest trots.
Ik weet waar een nieuw boompje is gegroeid, welke paddenstoelen eronder groeien, op welke weide veel bessen zijn. Maar helaas komen mensen naar mijn domein en zorggen er helemaal niet voor. Als je wist hoeveel bomen zijn gekapt, hoeveel afval is achtergelaten, hoeveel dieren en vogels zijn gedood. Ze verdienen straf!
Ik ben het met je eens!
Stemde de Waterman in.
Al het afval uit steden en dorpen belandt in rivieren en meren. Vissen sterven, alles wat leeft sterft. Mensen beseffen niet dat zij zichzelf vernietigen, want schoon water is leven!
Ik moet meer dan wie ook de mens observeren, dus veel bevalt me ook niet. Kinderen hebben geen respect voor ouderen, ouderen ruziën met elkaar. Er is geen begrip, geen liefde in het gezin. Het gezin is het belangrijkste in het leven van een mens, maar zij waarderen dat niet. Ze verdienen straf!
De vrienden waren zo verdiept in het gesprek dat zij het meisje niet opmerkten dat daar stond en luisterde.
Ik ben het met jullie eens, maar jullie oordelen erg streng over mensen!
Zei het meisje.
Wie ben jij? Waar kom je vandaan? Wat doe je hier?
De Bosgeest, de Huiskabouter en de Waterman begonnen elkaar onderbreekend vragen te stellen.
Ik ben Masja, een schoolmeisje. We zijn met de hele klas en onze juf naar het bos gekomen om struiken te planten, droge takken en afval te verzamelen. Bij de ingang van het bos hebben we een groot bord opgehangen dat je geen vuur mag maken. Vorige week hebben we het strand van het meer schoongemaakt. Ieder van ons zorgt ook voor het huiselijk vuurhaardje. Dit leren ze ons op school. Straf ons niet!
De Huiskabouter was de vriendelijkste van de vrienden.
Wijselijk alles afwegend, sprak hij:
Met zo'n goed jong geslacht zal onze Aarde schoon, sterk en mooi zijn, en zullen mensen in wederzijds begrip en liefde leven.
De Bosgeest en de Waterman steunden hem. En zij begonnen samen met mensen de Aarde met hun daden te versieren.